Onspeelbare bal

De speler mag zijn bal overal op de baan onspeelbaar verklaren, behalve als de bal in een waterhindernis is. De speler beslist zelf of zijn bal onspeelbaar is. Indien de speler vindt dat zijn bal onspeelbaar is, moet hij met één strafslag:

  1. handelen volgens de bepaling slag en afstand van Regel 27-1 door een bal te spelen zo dicht mogelijk bij de plek waar de oorspronkelijke bal het laatst werd gespeeld (zie Regel 20-5), of
  2. een bal droppen achter het punt waar de bal lag, waarbij hij dit punt op een rechte lijn moet houden tussen de hole en de plek waar de bal wordt gedropt, zonder beperking van de afstand waarop de bal achter dit punt mag worden gedropt, of
  3. een bal droppen binnen twee stoklengten van de plek waar de bal lag, maar niet dichter bij de hole.
    Indien de onspeelbare bal in een bunker ligt, mag de speler handelen volgens punt a, b of c. Indien hij verkiest te handelen volgens punt b of c, moet een bal in de bunker worden gedropt.

Wanneer de speler handelt volgens deze Regel mag hij de bal opnemen en schoonmaken of de bal vervangen.

–> STRAF VOOR OVERTREDING VAN REGEL 27-1:  Matchplay – verlies van de hole; Strokeplay – twee slagen.

Via deze film heb je nog extra uitleg:

http://www.usga.org/content/usga/home-page/videos/2015/12/23/rules-of-golf-explained–ball-unplayable-4673728470001.html